Nieuwe Mini

Nieuwe Mini

Onze eerste gezinsauto was het kikkertje, de Morris Minor.
Topsnelheid 95 km per uur, veel trager dan de VW-kever.
Maar mijn vader koos Engels uit principe: Duitse, Japanse
en Italiaanse automobielen waren foute automobielen.

Zo woekerde WO II nog door op het wegennet. Na de Morris
kwam de statige Wolseley met notenhouten dashboard
én met zes cilinders. In de Botlek zwoegden de raffinaderijen
om dit slagschip varende te houden. De volgende Wolseleys

bleken steeds gebrekkiger – het geluid  van rollende moeren
onder de motorkap. Het merk verdween. En wij moesten door
met Austin en Rover, de laatste Mohikanen. De ondergang
van de Britse auto-industrie kon je meemaken op onze oprit.

Vader rijdt niet meer. Kleindochter kreeg de laatste mee,
een Peugeot. Zelf reed ik nooit Duits, Japans of Italiaans;
toch licht besmet. Mijn eerste was de Volvo 66 uit Born:
een klassieke DAF tussen twee enorme Zweedse bumpers.

Nu maken ze in Born de Mini. Engels stijlicoon, opgepakt door
een Duits automerk, gemonteerd in die slimme sleutelfabriek
alhier. Een sterk staaltje Europa (recentelijk zo verguisd).
Mijn oude vader, al lang Europeaan, geeft er zijn zegen aan.

Delen: