Ode aan de Mijnstreken

Ode aan de Mijnstreken

Kille winters hangen rond in de mijnstreek.
Zwart-wit geschilderde gevels, geur van tucht
en haveloze daken. De schachttorens en de
steenberg, nog te zien op jouw doopoorkonde,

liefste. Borinage, Merthyr Tydfil, Katowice,
Lotharingen, Kerkrade, Stolberg, Genk, Geleen:
de roervaten van de Europese cultuur.
Ze zuigen aan, ze mengen en ze stoten uit

wanneer de groeven zijn uitgeput. Als bruinkoolstof
verwaaien de mensen over het land. Neerslag
in nieuwe mijnstreken en  industriesteden.
En wederom: kinderrijkdom en blaasorkesten.

Ondergewaardeerd zijn de uitgeputte mijnstreken
zwarte vlekken op de landkaarten. Men wil ze
saneren, wegpoetsen, schoppen als honden,
maar ze grommen en leggen zich terug.

Met weggebulldozerde mijnen kan je ze Bloemoord
of Parkstad noemen. Maar onder de nieuwe verf
schemert de oude naam. Als een grimmige droom
die je na het ontwaken maar niet kwijtraakt.

Delen: